CO2 sloop ‘t Harde

Inleiding
In mei 2016 heeft REKO een sloopproject aangenomen waarbij diverse gebouwen op de kazernes LTK en LBO in ’t Harde moeten worden gesloopt. Bij de gunning is afgesproken dat REKO zich binnen 1 jaar na start van de werkzaamheden zal certificeren voor de CO2-prestatieladder trede 5.

 

Beschrijving project
De werkzaamheden binnen het project zijn als volgt:

  • Rooien groen
  • Asbestsanering
  • Sloop
  • Opnemen verhardingen, kabels en leidingen
  • Zeven grond
  • Transport en afvoer sloopmaterialen en materieel

In totaal worden 11 gebouwen gesloopt. In 6 van deze gebouwen is asbest aanwezig. Voordat de werkzaamheden aanvangen, wordt gestart met het rooien van de struiken rondom deze gebouwen. Daarna wordt het asbest gesaneerd. De asbestsanering is onderverdeeld in risicoklasse 1, 2 (binnen en buiten) en 3 saneringen. Na de asbestsanering worden de kabels en leidingen opgenomen en verwijderd. Na afkoppeling van de kabels en leidingen wordt het gebouw gesloopt. Dit slopen is uitgevoerd door een rupskraan. Na sloop en afvoer van de sloopmaterialen is de grond ter plaatse van de gesloopte gebouwen gezeefd met behulp van een shovel en trommelzeef.

 

CO2-footprint project
Tijdens dit project zullen de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij CO2 wordt uitgestoten:

  • Transport sloopmaterialen en materieel;
  • opwekking van stroom d.m.v. aggregaten;
  • sloop gebouwen m.b.v. rupskraan;
  • Woon-werkverkeer ingehuurd personeel asbestsanering;
  • Woon-werkverkeer ander ingehuurd personeel;
  • Woon-werkverkeer eigen personeel;
  • Werkverkeer asbestinventarisatie-bureau;
  • Werkverkeer vrijgavebureau’s;
  • Verwerking sloopmaterialen;

Het is volgens de norm niet de bedoeling om een CO2-footprint van een project op te stellen. In dit document wordt een schatting gedaan van de uitstoot en wat de mogelijke reducties zijn van de maatregelen die tijdens dit project zijn uitgevoerd.

 

Ketenanalyse sloop
Reko heeft in 2016 een ketenanalyse voor sloop opgesteld. In deze ketenanalyse kwamen de volgende reductiemogelijkheden naar voren:

  • Afvalstoffen dicht bij slooplocatie verwerken
  • Efficiënte transportplanning
  • Afvalstromen op locatie verwerken
  • Verbeteren scheiding afvalstromen
  • Electra op slooplocatie gebruiken ipv via aggregaten
  • Inzet zuiniger materieel

 

Reductiemogelijkheden op dit project
Op het sloopproject sloop diverse gebouwen LTK en LBO ’t Harde zijn de volgende reductiemogelijkheden en -maatregelen toegepast.

  • Ingehuurd personeel is zoals besproken met Bikkel zo veel mogelijk gezamenlijk met transporterbusjes gekomen zodat er zo weinig mogelijk woon-werkverkeer was.
  • Op locatie wordt zoveel mogelijk geprobeerd om het gebruik van aggregaten tegen te gaan. Bij voorkeur wordt de elektra aangesloten op het stroomnet van de kazerne. Voor gebouw 164 (besmet met asbest en niet zonder PBM’s toegankelijk) zijn de onderdrukmachines eerst middels de aggregaten aangedreven. Daarna zijn de voedingskabels in het gebouw aan het net gekoppeld en zijn de onderdrukmachines via het net gevoed. Hierdoor zijn de aggregaten tijdens de sanering nauwelijks meer nodig.
  • De afvalstoffen zijn op locatie zo goed als mogelijk gescheiden. Dit is ook al een eis uit de SVMS-007 en Reko is hiervoor gecertificeerd. De materialen uit het met asbest vervuilde gebouw 164 worden conform wetgeving ofwel gereinigd en alsnog als hout, metaal of andersoortig afgevoerd. Indien niet reinigbaar dan wordt het materiaal als asbesthoudend afgevoerd. Asbest gaat naar de dichtstbijzijnde stortplaats in Wilp.
  • Bij de aan- en afvoer wordt rekening gehouden met andere werken in de nabijheid. Bij de planning wordt getracht om beide werken zo veel mogelijk te combineren. Zo worden volle vrachten richting GWW-werk aangeleverd en via andere projecten gereden om afvalstoffen af te voeren.
  • Op locatie verwerken van afvalmaterialen is niet toegestaan. Wel worden de verschillende afvalstoffen zo veel mogelijk machinaal danwel handmatig uit gesorteerd.
  • Materiaal wordt zo zuinig mogelijk ingezet.

De verwachte CO2-reductie halverwege het project is circa 10%.

Graag komen wij in het voortraject van gelijksoortige projecten met potentiele klanten in contact en willen graag onze kennis en  ervaring delen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eric Olde Veldhuis